Mediation wordt regelmatig voorgeschreven door de bedrijfsarts. Niet zelden is er bij een situatie van frequent of langdurig ziekteverzuim sprake van verstoorde verhoudingen. Doorgaans heeft de werkgever in het begin veel begrip bij uitval door ziekte. Maar wat als dit langer duurt of veel vaker voorkomt? Dan gaat het de bedrijfsvoering belemmeren en wordt er onevenredig veel beroep gedaan op collega’s die het telkens weer moeten opvangen. De werkgever moet telkens weer een oplossing vinden. Hoe kleiner de organisatie, des te meer overlast ervaren wordt. In dit voorbeeld speelt de bedrijfsarts een belangrijke rol. Het gaat ook over de gevolgen van ziekteverzuim en hoe lastig de reïntegratie kan verlopen.
De betrokkenen
De twee maten Hans en Mark leiden een praktijk voor fysiotherapie. Kwaliteit en deskundigheid staan voorop, maar een goede werksfeer voor de medewerkers is niet minder belangrijk. Naast de 2 maten draait de praktijk met een team van 7 fysiotherapeuten, in leeftijd variërend van begin 30 tot eind 50 jaar. Een gevarieerde patiëntenpopulatie maakt het werk afwisselend en biedt voldoende uitdaging voor alle medewerkers. Wim, de oudste fysiotherapeut van het team, werkt al zijn hele werkzame leven in de praktijk. Hij heeft een eigen patiëntengroep opgebouwd met mensen die al jaren bij hem blijven terugkomen. Wim is 59 jaar en dat merkt hij ook. Hij heeft regelmatig lichamelijke klachten en merkt al enige tijd dat hij ’s avonds na een dag werken echt uitgeteld is. Wim werkt vrij solistisch, doet weinig aan nascholing en kijkt stiekem erg uit naar zijn pensionering. Nog een paar jaar doorwerken en dan heeft Wim eindelijk alle tijd voor zijn grote hobby: samen met zijn vrouw op reis met de caravan!
Casus
Al sinds een jaar of drie valt Wim regelmatig uit met verschillende lichamelijke klachten. Het meest recent zijn de rugklachten. Als Wim voor zijn rugklachten weer eens op het spreekuur bij de bedrijfsarts is, vertelt hij de bedrijfsarts dat hij zich niet zo prettig meer voelt op het werk. Min of meer spontaan begint hij te vertellen over de reactie van zijn werkgever, Hans, op zijn laatste ziekmelding. Hans reageerde erg koeltjes. Daarnaast had Mark hem laatst op het werk aangesproken over het gemiddeld hoge aantal behandelingen dat hij per patiënt heeft staan. Wim heeft moeite met alle nieuwe richtlijnen waarbij het aantal behandelingen gemaximeerd is. Hij wil zijn patiënten graag op zijn eigen manier blijven behandelen, dat doet hij al jaren zo en naar tevredenheid van zijn groep vaste patiënten. Ook wijst Mark Wim er regelmatig op dat hij de patiëntendossiers niet goed genoeg invult. Tja, de computer is niet Wims beste vriend! Ineens komt het hele verhaal eruit bij de bedrijfsarts. Wim heeft het al te lang bij zich gehouden. Hij heeft het ook nooit besproken met Hans en Mark, uit angst dat ze hem niet meer in de moderne praktijk vinden passen. De bedrijfsarts stelt Wim verschillende vragen en al snel is de diagnose gesteld: er is sprake van verstoorde verhoudingen. Wim ervaart spanningen op het werk en mogelijk warden zijn rugklachten hierdoor veroorzaakt.
In ieder geval doen de spanningen zijn rugklachten geen goed. Wim voelt zich eindelijk gehoord en beaamt de diagnose van de bedrijfsarts volledig. De volgende dag ontvangen werkgevers Hans en Mark van de bedrijfsarts de rapportage. Tot hun verbijstering lezen ze ineens dat er sprake is van verstoorde verhoudingen en dat de bedrijfsarts mediation voorschrijft. Ze hebben nog nooit een conflict met Wim gehad! Hans belt de bedrijfsarts voor een nadere toelichting, maar krijgt te horen dat ze snel aan de slag moeten met het conflict, omdat het ziekteverzuim van Wim anders nog wel eens veel langer kan gaan duren.
Bij de start van de mediation krijgen beide partijen de gelegenheid hun standpunten weer te geven en toe te lichten. Hans en Mark spreken hun verbazing uit over de rapportage van de bedrijfsarts en dat ze teleurgesteld zijn dat ze dit niet van Wim zelf hebben vernomen. Wim reageert verdedigend. Hij geeft aan zich niet veilig meer te voelen en dat hij bang is dat ze van hem af willen. Een lange, emotionele sessie volgt. De standpunten zijn helder, maar staan ook lijnrecht tegenover elkaar: Hans en Mark willen dat Wim voldoet aan de moderne eisen van de fysiotherapie, zowel qua frequentie en kwaliteit alsook de verslaglegging van de behandelingen. Wim wil de laatste jaren van zijn loopbaan rustig doorwerken zonder al te veel gedoe aan zijn hoofd. Het werken met de computer vindt hij lastig en wil daar graag ondersteuning bij.
Hans en Mark vinden dat Wim uiteraard eerst helemaal hersteld moet zijn, maar dan is hij ‘gewoon’ weer van harte welkom op de praktijk. Wim stelt dat hij het door de steeds hogere eisen, de werkdruk, de sfeer en de lichamelijke ongemakken waarmee hij te maken heeft, erg moeilijk vindt om ‘gewoon’ terug te keren. De mediator geeft beide partijen de opdracht om voor de volgende sessie een overzicht te maken van de wensen en eisen waaraan de reïntegratie moet voldoen: wat hebben beide partijen van elkaar nodig om weer succesvol samen te kunnen werken? Tijdens de volgende twee sessies wordt hier uitgebreid over gesproken. Wim blijft zijn hakken in het zand zetten. Hij maakt zich zichtbaar zorgen of hij het allemaal nog wel aankan. Aan het eind van de derde sessie stelt de mediator hem de vraag of hij nog we! terug wil en kan keren. Dan breekt Wim en zegt dat hij er als een berg tegenop ziet. Hij geeft aan dat de mediation de verstandhouding tussen hem en zijn werkgevers weer helemaal hersteld heeft, maar dat het werk hem te zwaar is.
De mediator stelt dat dit eerst maar eens met de bedrijfsarts besproken moet warden. De bedrijfsarts doet immers een uitspraak over de belastbaarheid van een werknemer. Wim gaat weer naar het spreekuur van de bedrijfsarts. Na een uitgebreid consult komt het advies dat Wim inderdaad beter niet meer fulltime als fysiotherapeut aan de slag kan gaan. De bedrijfsarts adviseert Wim in gesprek te gaan met zijn werkgevers om te onderzoeken welke mogelijkheden er nog wel zijn. Gelukkig is de verstandhouding tussen Hans, Mark en Wim door de mediation nu genormaliseerd en kunnen ze dus samen in gesprek gaan om oplossingen te bedenken. Onder leiding van de mediator worden verschillende opties bedacht. Wim wil graag aan het werk blijven, maar niet meer fulltime. Hans en Mark zijn loyaal naar Wim, maar hebben natuurlijk ook rekening te houden met de continuïteit van de praktijk. Uiteindelijk wordt een compromis gevonden en wordt de arbeidsovereenkomst aangepast. In plaats van vijf dagen per week gaat Wim voortaan vier kortere dagen werken en is hij op woensdag vrij om uit te rusten. Hij krijgt hulp bij de verslaglegging en gaat een opleiding volgen. Ook zijn de werkgevers bereid om de terugval in zijn inkomen voor een gedeelte te compenseren.
Resultaat
Doordat werkgever en werknemer in de mediation al goed met elkaar in gesprek waren, is de oplossing redelijk snel gevonden. De erkenning door de bedrijfsarts dat het fulltime werken voor hem te belastend is, was voor Wim voldoende. Eigenlijk wist hij dit zelf ook al, maar durfde hij er nog niet aan toe te geven. Tijdens de mediation stelt Wim dan ook zelf voor om parttime te gaan werken. Hij heeft dit vooraf besproken met zijn advocaat die hem op zijn rechten heeft gewezen. Wim wil van niemand afhankelijk zijn en al helemaal geen eventuele uitkering aanvragen. Het inkomen kan hij best missen als hij in ruil daarvoor maar meer tijd en levensgeluk krijgt. Wat wil een mens nog meer? Verder wordt afgesproken dat Wim alle tijd en gelegenheid krijgt om zich het nieuwe werken als fysiotherapeut volledig eigen te maken. Hij gaat op kosten van de werkgever een opleiding volgen en er wordt ook nog een financiële regeling getroffen voor de inkomstenderving van Wim. De mediator stelt de vaststellingsovereenkomst op en adviseert beide partijen hierover een juridisch adviseur te raadplegen. Na goedkeuring van de juristen, wordt de overeenkomst ondertekend en beide partijen zijn opgelucht en gelukkig met de gevonden oplossing.