Wouter, radioloog in een maatschap van negen, wordt op het matje geroepen bij de voorzitter en twee collega’s uit de maatschap. Voor de vierde keer op rij heeft hij radiolaboranten toegeschreeuwd en met deuren gesmeten. De maatschap besluit dat het zo niet verder kan. De maatschap zit met de handen in het haar: Wouter is een deskundige radioloog, maar minder prettig in de samenwerking. Wat kan de maatschap doen?
Betrokkenen
De maatschap radiologie bestaat uit negen radiologen. Verder is er het team radiolaboranten met een teamleider. De radiolaboranten zijn niet direct betrokken geweest in de mediation, maar zij waren we! de aanleiding om de mediation te starten. De maatschap is sterk vaktechnisch georienteerd. Hierdoor zijn de onderlinge verhouding en communicatie geen onderwerp van gesprek en worden conflicten dan ook liever gemeden. Drie van de acht radiologen ervaren het gedrag van Wouter als dermate intimiderend dat ze hem maar liever uit de weg gaan. Twee van de acht dienen hem van repliek en de andere twee negeren hem. De voorzitter van de maatschap gaat het conflict liever uit de weg en dus is er lang niets ondernomen. Wouter voelt zich steeds meer alleen staan, waardoor de stress toeneemt en zijn reacties heftiger worden.
Casus
De maat is vol! De maatschap radiologen heeft grote problemen met het functioneren van Wouter, een vijfenveertigjarige radioloog. Wouter is een ambitieuze, deskundige radioloog, die zeer gestructureerd werkt. Hij is een solist die zijn uren maakt, maar ook op tijd naar huis gaat. De problemen met Wouter zijn dan ook divers, variërend van de botte houding ten opzichte van de ziekenhuismedewerkers en collega-radiologen, tot zijn werkhouding en het gebrek aan samenwerking. Wouter heeft een opvliegend karakter, houdt van discipline en efficiënt werken. Hij ergert zich dood als de zaken niet op orde zijn. Regelmatig klopt de planning van de afdeling radiologie niet. Ook vindt hij de kwaliteit van het werk van de radiolaboranten ondermaats. Hij merkt dat zijn collega’s vaak samen optrekken en dat hij er zelf niet echt bij hoort. Dat maakt hem verder niet uit: we zijn hier om te werken. Wouter draait zijn dagelijkse programma efficiënt af. Zo heeft hij elke dag op tijd alle brieven voor de huisartsen gereed. Hij begrijpt niet dat zijn collega’s dat niet voor elkaar krijgen. Het ergert hem wel. Wouter heeft thuis jonge kinderen en wil dus graag op tijd naar huis. Zijn streven is om 17.00 uur naar huis te gaan en doorgaans lukt hem dat ook. Voor zijn collega’s is dat anders. Twee andere collega’s gaan binnen twee jaar met pensioen. Zij zijn beiden nog van de ‘oude stempel’: op tijd naar huis gaan om te zorgen voor je kinderen? Daar zijn we toch geen radioloog voor geworden? Wouter is inmiddels zo’n zes jaar aangesloten bij de maatschap en heeft het contact met zijn collega’s zien verwateren.
Hij heeft privé een zware tijd achter de rug. De geboorte van de kinderen, gecombineerd met de bouw van een nieuw huis, hebben hun sporen nagelaten. Het heeft ertoe geleid dat Wouter de afgelopen jaren bewust gekozen heeft om zijn werk even op de tweede plaats te zetten. Het is een stressvolle periode geweest en Wouter erkent dat hij daar behoorlijk last van heeft gehad. Zeker omdat het in het ziekenhuis ook niet altijd even lekker loopt. Naast de kwaliteit van het personeel en de slechte planning, speelt ook het gebrek aan daadkracht binnen de maatschap hem parten. Er worden geen besluiten genomen, men spreekt elkaar niet aan op zaken die niet goed gaan en er is een voorzitter die alleen maar om de hete brij heen draait. Kortom, Wouter heeft zich door de afgelopen periode heen geworsteld, maar nu gaat het beter. Graag had hij in die zware periode wat meer steun van zijn collega’s gekregen. Enkele maanden geleden wilden ze met hem praten. De radiolaboranten hadden weer eens over hem geklaagd en drie leden van de maatschap hadden hem uitgenodigd voor een gesprek. In dat gesprek werd heel duidelijk gemaakt dat hij zou moeten veranderen. Er waren zelfs enkele maten die aandrongen op zijn vertrek. Wouter wil zijn baan niet kwijt en de maatschap wil voorkomen dat de situatie verder escaleert en een negatief imago oplevert voor de hele afdeling radiologie. Gezamenlijk is toen besloten om mediation in te zetten.
De mediator start met individuele intakegesprekken met alle betrokkenen. De maten en ook het hoofd van de radiolaboranten worden erbij betrokken. Al snel blijkt dat men het veel te lang op z’n beloop heeft gelaten. Niemand heeft Wouter echt aangesproken op zijn gedrag. Angst voor een woede-uitbarsting blijkt voor veel betrokkenen een reden te zijn. De meerderheid geeft dan ook aan dat zij Wouter liever ziet gaan dan komen! Wouter zelf is veel optimistischer. Hij heeft over zijn gedrag nagedacht en erkent dat het moet verbeteren. Zijn priveleven is tot rust gekomen, dus heeft hij ook weer de kracht om dit te veranderen. Hij geeft wel aan dat er ook binnen de maatschap en het ziekenhuis verbeteringen moeten komen. Dan volgt de eerste gezamenlijke mediationbijeenkomst. Hier blijken de standpunten van de verschillende maten ineens erg verschillend te zijn, variërend van “Wouter moet vertrekken” tot “laten we gewoon verder gaan met ons werk en hier niet teveel tijd en energie aan besteden”. Wouter voelt zich in het beklaagdenbankje geplaatst en geëmotioneerd vertelt hij wat hem zover heeft gebracht en dat hij inziet dat het zo niet verder kan. Hij belooft oprecht verbetering en wil maar een ding: oplossen en doorgaan. Een zichtbare golf van opluchting gaat door de groep. Eigenlijk had dit gesprek al veel eerder moeten plaatsvinden!
Resultaat
Wouters erkenning dat zijn gedrag moet veranderen is de belangrijkste stap in dit mediationtraject. Dit biedt ruimte om ook de andere problemen in de samenwerking bespreekbaar te maken. Nu de kou uit de lucht is kunnen er weer plannen voor de toekomst gemaakt worden. De maatschap heeft vervolgens in twee sessies afspraken gemaakt over de samenwerking, de besluitvorming, elkaar feedback geven en het versterken van het saamhorigheidsgevoel. De opluchting onder de maten is voelbaar aanwezig: er wordt weer gelachen!